LTO start duurzaam energie-initiatief: LTO Energie

Land- en tuinbouwkoepel LTO richt – in antwoord op de wens van haar leden – een eigen duurzaam agrarisch energielabel op: LTO Energie. Hiervoor gaven de gezamenlijke regio-organisaties vandaag het startsein in Wageningen. Doel van LTO Energie is een hoger en duurzamer bedrijfsrendement voor alle aangesloten boerenbedrijven. Gezamenlijke inkoop van energie en installaties gebeurt al langer centraal. Het nieuwe LTO Energie heeft als kerntaak ook verbinding te leggen tussen besparing, opwekking én verkoop van energie door agrarische ondernemers. Later komt daar het bundelen van CO2- en groenrechten bij. LTO-leden bleken sterke behoefte te hebben aan één centraal aanspreekpunt voor alle energiezaken. Aan die wens komt LTO tegemoet met het nieuwe LTO Energie.
LTO-leden gaven aan op alle aspecten van hun energiehuishouding advies van ‘hun LTO’ te willen krijgen. Uit onderzoek onder hen blijkt dat slechts 15% van de boerenbedrijven actief zelf energie opwekt, vooral via zonnepanelen. Zo’n 40% heeft wel plannen voor energieproductie. Grootste drempel hierbij is het bepalen van het rendement op duurzame investeringen. Van de boerenbedrijven nam 30% tot nu toe nog geen energiebesparende maatregelen. 50% oriënteert zich weliswaar op nieuwe besparingsinvesteringen maar geeft aan meer informatie nodig te hebben. Op al die vlakken gaat LTO Energie de leden helpen. LTO Energie is volledig in eigendom van de regionale LTO-organisaties.
Karst Breeuwsma, directeur LTO Bedrijven: ‘Wij verbinden de belangenbehartiging en de concrete marktbehoefte van onze leden. Wij helpen onze leden hun energiezaken makkelijk te maken door alles te regelen rond reductie, opwekking en energie-inkoop en verkoop. Hier betrekken we het hele LTO-netwerk bij. Ook werken we samen met krachtige partijen op het gebied van duurzame energie, voor onder meer rechtenverhandeling, financiering en het bundelen van collectieve en lokale krachten. Samen zorgen we ervoor dat de agrarische sector duurzaam met energie omgaat en dat onze leden hier op alle vlakken beter van worden.’
De agrosector is in potentie ook de grootste duurzame energieleverancier. Dat potentieel wil LTO Energie ontsluiten. Door krachten te bundelen krijgen kleine producenten een sterke plek in de energiemarkt. LTO Energie wil op termijn deze waarde ook borgen door de opbouw van collectieve groenrechten die gekoppeld zijn aan duurzame productie.
Breeuwsma: ‘De vraag naar duurzame energie stijgt en de agro-sector wil meer zelf opwekken terwijl intussen subsidiestromen opdrogen. Het convenant ‘Schoon & Zuinige agrosector’ bevat harde energiedoelstellingen voor de sector. Ook het interne ‘Tienpuntenplan Energie’ van LTO stelt besparing, zelfopwekking en verduurzaming centraal. Tegelijkertijd verdwalen veel boerenondernemers in het doolhof van regels rond energie. Daarin brengen wij nu snel verandering. Wij regelden voor 15.000 boerenbedrijven al de energielevering. Meer dan 700 leden schreven zich al in voor zonnepanelen via ons. Ook verzorgden we de installatie van LED-verlichting bij 250 leden. LTO Energie ontwikkelt daarnaast nu een totaalpakket van kennis op energiegebied, op weg naar duurzaam rendement voor alle leden.’
Half oktober verwacht LTO Energie het totale aanbod van diensten te lanceren, via een eigen website. Geïnteresseerden kunnen nu alvast hun gegevens achterlaten op www.lto-energie.nl.

Mest wordt vitale schakel in groene economie

LTO Nederland ziet de brief van staatssecretaris Henk Bleker aan de Tweede Kamer over het toekomstige mestbeleid als een doorbraak in dit al 25 jaar voortslepende dossier. “De weg is nu vrij om van Nederlandse mest een waardevolle grondstof te maken, die kunstmest kan vervangen, energie levert en organische stof aanvoert voor onze bodem. Mest zal straks een onmisbare schakel zijn in de kringloop van onze groene economie,” aldus LTO-bestuurder Hans Huijbers in een eerste reactie op de brief.
Huijbers benadrukt, dat de sector voor een gigantische transformatie staat. “Deze omschakeling vergt op korte termijn grote investeringen van onze veehouders die toch al moeilijke tijden doormaken. Zij zien die investeringen pas op termijn renderen. En in de verdere uitwerking van de regelgeving zitten ook nog de nodige haken en ogen. Maar nu deze grote stap is gemaakt, kunnen we daar gezamenlijk de schouders onder zetten.”
Kern van de regelgeving is, dat veehouders alleen dieren mogen houden waarvoor de mestafzet op een duurzame manier is geregeld. Bedrijven met een mestoverschot moeten een deel daarvan via verplichte mestverwerking afzetten. Dat geldt voor alle diersoorten. De belangrijkste reden waarom mestverwerking de laatste jaren nog onvoldoende op gang kwam was dat de investeringskosten slechts door een beperkt aantal ondernemers werd gedragen. Met de gedeeltelijk verplichte verwerking zullen alle ondernemers met een mestoverschot nu moeten participeren en worden initiatiefnemers beloond.
Eind vorig jaar concludeerde LTO samen met andere partijen in een gezamenlijke studie, dat drijfmest uit de veehouderij binnen tien jaar een nuttige grondstof kan zijn voor onder meer energieopwekking. Met als nevenresultaten een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere emissies uit drijfmest (inclusief uitspoeling naar het grondwater) en energiewinst. Mest wordt dan een product met een positieve handelswaarde voor de agrarische sector.
De omslag van drijfmest als restproduct naar een nuttige en rendabele grondstof vereist echter wel forse investeringen en daadkrachtige samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, ketenpartijen en de agrarische sector. De technieken om bestanddelen uit drijfmest om te vormen tot kunstmestvervangers, energie en vaste mestkorrels, worden steeds verfijnder. Daarmee komt ook de economische haalbaarheid in beeld.
Hans Huijbers, portefeuillehouder Duurzaam Ondernemen van LTO Nederland, benadrukt dat de juiste kaders met het aanstaande wetsvoorstel zijn gezet: “We hebben een lang en intensief traject met de Ministeries van EL&I en I&M en onze collega landbouworganisaties achter de rug. Deze eendrachtige samenwerking leidde tot helderheid over de juridische contouren en percentages. Nu moeten we de vervolgstappen zetten: primaire ondernemers in de gehele agroketen zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en daadwerkelijk moeten investeren”.

Overeenkomst LTO Nederland met Gasunie over de nieuwe tarieven 2012

LTO Nederland heeft met Gasunie overeenstemming  bereikt over de nieuwe vergoedingen voor 2012 voor het leggen van Gasunie leidingen in agrarische grond. Deze vergoedingen bestaan uit een vergoeding voor de grondeigenaar (de eigenaarsvergoeding) en een vergoeding voor de gebruiker (de werkstrookvergoeding).
 Ook is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de tarieven voor gewassenschaden.
De eigenaarsvergoeding is een vergoeding voor de medewerking van de grondeigenaar aan het vestigen van het recht van opstal. De werkstrookvergoeding is een vergoeding voor de grondgebruiker die wordt verkregen over de strook grond die Gasunie nodig heeft om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren tijdens de aanleg van de gasleiding.
LTO Portefeuillehouder Herman van Ham is tevreden met het onderhandelingsresultaat. De vergoedingen voor de zetmeelaardappelen, suikerbieten en snijmais zijn aanmerkelijk verhoogd. Daarnaast zijn ook de trendmatige verhogingen afgesproken voor mens- en machine uren. Het Federatiebestuur van LTO Nederland heeft er mee ingestemd
 De publicatie van de tarieven is van belang omdat ook andere leidingbeheerders de tarieven volgen die door LTO en Gasunie zijn overeengekomen. De gemaakte afspraken met Gasunie en de tarieven 2012 gelden echter slechts tussen LTO Nederland en Gasunie. Gasunie heeft een wettelijke vervoerstaak die is vastgelegd in de gaswet om de algemene gasvoorziening te faciliteren.
Het staat LTO Nederland vrij om met andere leidingeigenaren andere afspraken te maken. Grondeigenaren en/of grondgebruikers die benaderd worden door bijvoorbeeld commerciële bedrijven om afwijkende tarieven te bepleiten, kunnen advies krijgen van LTO Nederland. Die toetst in dat geval de contractvoorwaarden van deze bedrijven.