Mest wordt vitale schakel in groene economie

LTO Nederland ziet de brief van staatssecretaris Henk Bleker aan de Tweede Kamer over het toekomstige mestbeleid als een doorbraak in dit al 25 jaar voortslepende dossier. “De weg is nu vrij om van Nederlandse mest een waardevolle grondstof te maken, die kunstmest kan vervangen, energie levert en organische stof aanvoert voor onze bodem. Mest zal straks een onmisbare schakel zijn in de kringloop van onze groene economie,” aldus LTO-bestuurder Hans Huijbers in een eerste reactie op de brief.
Huijbers benadrukt, dat de sector voor een gigantische transformatie staat. “Deze omschakeling vergt op korte termijn grote investeringen van onze veehouders die toch al moeilijke tijden doormaken. Zij zien die investeringen pas op termijn renderen. En in de verdere uitwerking van de regelgeving zitten ook nog de nodige haken en ogen. Maar nu deze grote stap is gemaakt, kunnen we daar gezamenlijk de schouders onder zetten.”
Kern van de regelgeving is, dat veehouders alleen dieren mogen houden waarvoor de mestafzet op een duurzame manier is geregeld. Bedrijven met een mestoverschot moeten een deel daarvan via verplichte mestverwerking afzetten. Dat geldt voor alle diersoorten. De belangrijkste reden waarom mestverwerking de laatste jaren nog onvoldoende op gang kwam was dat de investeringskosten slechts door een beperkt aantal ondernemers werd gedragen. Met de gedeeltelijk verplichte verwerking zullen alle ondernemers met een mestoverschot nu moeten participeren en worden initiatiefnemers beloond.
Eind vorig jaar concludeerde LTO samen met andere partijen in een gezamenlijke studie, dat drijfmest uit de veehouderij binnen tien jaar een nuttige grondstof kan zijn voor onder meer energieopwekking. Met als nevenresultaten een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere emissies uit drijfmest (inclusief uitspoeling naar het grondwater) en energiewinst. Mest wordt dan een product met een positieve handelswaarde voor de agrarische sector.
De omslag van drijfmest als restproduct naar een nuttige en rendabele grondstof vereist echter wel forse investeringen en daadkrachtige samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, ketenpartijen en de agrarische sector. De technieken om bestanddelen uit drijfmest om te vormen tot kunstmestvervangers, energie en vaste mestkorrels, worden steeds verfijnder. Daarmee komt ook de economische haalbaarheid in beeld.
Hans Huijbers, portefeuillehouder Duurzaam Ondernemen van LTO Nederland, benadrukt dat de juiste kaders met het aanstaande wetsvoorstel zijn gezet: “We hebben een lang en intensief traject met de Ministeries van EL&I en I&M en onze collega landbouworganisaties achter de rug. Deze eendrachtige samenwerking leidde tot helderheid over de juridische contouren en percentages. Nu moeten we de vervolgstappen zetten: primaire ondernemers in de gehele agroketen zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en daadwerkelijk moeten investeren”.