Lokaal en duurzaam energie opwekken is de trend

Lokaal duurzame stroom opwekken is populair. Het aantal initiatieven groeit snel. Frank Boon, masterstudent Sustainable Development aan de Universiteit Utrecht, deed onderzoek naar dit nieuwe fenomeen. Hij onderzocht welke factoren belangrijk zijn bij de start ervan en wat de rol van de overheid is.
Energie-doe-het-zelvers
Er is een grote verscheidenheid aan lokale duurzame-energiebedrijven, ook wel de ‘energie-doe-het-zelvers’ genoemd. Hun gemene deler is duurzame energie. Sommige mensen willen collectief energie opwekken, anderen willen duurzame energie leveren en het juist collectief inkopen. De oprichters zijn burgers, ondernemers of overheden. Zij vinden dat de overheid en energieleveranciers te weinig serieuze aandacht aan verduurzaming schenken en gaan zelf aan de slag. Frank Boon, masterstudent Sustainable Development, vertelt dat dit nog een recente ontwikkeling is, die ongeveer in 2007 begon. In Nederland heeft de wetenschap nog nauwelijks aandacht besteed aan het fenomeen.
Frank Boon heeft een model ontworpen waarmee getoetst kon worden welke factoren belangrijk zijn bij het starten van een lokaal duurzame-energiebedrijf. Vervolgens heeft hij dertien bedrijven onderzocht. Uit de resultaten komt naar voren dat bewustwording van milieuproblemen een belangrijke omgevingsprikkel is om iets te starten. “De oprichters vinden daarnaast dat de overheid weinig doet aan duurzaamheid. Ze willen onafhankelijk zijn en zelf de controle hebben. Ze willen hun geld niet aan energiemaatschappijen geven, maar bijvoorbeeld liever in het eigen eiland steken zoals bij TexelEnergie.” Daarmee krijgt zo’n initiatief ook een maatschappelijke draai. ‘Local is beautiful’: teruggaan naar een lokale economie. Het versterkt de sociale cohesie en vergroot de lokale leefbaarheid en werkgelegenheid.
Wat nadelig voor de duurzame-energie-initiatieven werkt, is dat het beleid en de subsidies voortdurend veranderen. Frank Boon’s aanbeveling aan de overheid is dan ook om te komen met een stabiele maatregel of om de subsidie helemaal afschaffen. “De overheid zou in het tweede geval juist een faciliterende rol op zich kunnen nemen. Starters hebben behoefte aan referentiemateriaal en kunnen worden geholpen door middel van kennisverspreiding of (netwerk)bijeenkomsten.”
“Ook zou er iets moeten veranderen aan de Energiewet. Deze wet stimuleert het zelf opwekken van duurzame energie niet. Als je zelf duurzame stroom opwekt en dit niet direct gebruikt, gaat dit naar het centrale net. Daar krijg je heel weinig geld voor. Daarom kiezen veel mensen ervoor met een groep zonnepanelen aan te schaffen, zodat er altijd wel iemand de duurzame energie gebruikt. Alleen krijg je dan te maken met hoge energiebelastingen. Deze belasting afschaffen kost de overheid vijf tot zes miljard euro.” Het zelf opwekken van duurzame energie staat tijdens de komende verkiezingen op de agenda. De Partij voor de Dieren en Groenlinks willen decentraal energie opwekken aanmoedigen en de Energiewet aanpassen. Het Planbureau voor de Leefomgeving, dat de overheid adviseert, heeft Frank’s onderzoek gebruikt als onderbouwend wetenschappelijk materiaal.